Je bent als trainer een voorbeeld voor je spelers. Je gaat (veel) vrije tijd besteden om er als trainer iets leuks van te maken gedurende het seizoen. Je wilt daarnaast ook graag dat je spelers het beste uit zichzelf halen. Dat gaat alleen gebeuren als je een goede band met je team opbouwt. Respect krijgen, betekent dat je eerst respect moet geven. Dit doe je door de manier waarop je tegen je team praat, uitleg en opdrachten geeft en probeert de spelers iets te leren.

Een paar tips:

  • Gebruik humor, met een grapje krijg je een ontspannen sfeer;
  • Maak positieve opmerkingen, met aanmoediging stimuleer je spelers;
  • Ben bewust van verschillen; iedere speler/kind is anders als voetballer, maar ook door een andere thuissituatie of soms een andere cultuur;
  • Kom erachter hoe je een speler/kind het beste aan kunt spreken. Bij de één is de directe manier het beste, bij een ander kies je een ander moment of andere toon (minder streng);
  • Sommige spelers hebben meer behoefte aan strenge, duidelijke regels dan anderen. In het hoofdstuk overige zaken wordt nog verder ingegaan op “moeilijke” kinderen binnen je team;
  • Je houding als trainer en de toon waarop je praat zijn ook belangrijk; varieer je volume en toonhoogte. Door zacht en duidelijk te praten kan je soms meer aandacht vangen dan door te schreeuwen.

 

Afspraken maken
Binnen je eigen team is het belangrijk om regels en afspraken te maken. Als basis kunnen de gedragsregels van SML gebruikt worden. Daarnaast is het verstandig om teamafspraken te maken. Er zijn verschillende soorten afspraken die je kunt maken;

Praktische afspraken:

  • Op tijd komen;
  • Tijdig afbellen als je niet kunt komen;
  • Douchen na wedstrijden is verplicht bij SML;
  • Opruimen van het materiaal;
  • Aanvegen/opruimen van de kleedkamer.

 

Voetbalafspraken:

  • Over het wisselbeleid;
  • Over de rol van de aanvoerder;
  • Over de posities in het veld (wie speelt waar).

 

Omgangsafspraken:

  • Hoe gaat het team met jou als trainer om;
  • Hoe wil je dat je spelers met elkaar, met de tegenstander en scheidsrechter omgaan;
  • Geef aan wat je niet wilt zien/horen (schelden, pesten, beledigen, vechten);

 

Samengevat:

  • Zorg dat de afspraken duidelijk zijn; leg dus uit wat je onder een nette kleedkamer verstaat of hoe ze met de materialen om moeten gaan;
  • Leg uit waarom de afspraken belangrijk zijn. Als je weet waarom je iets niet mag, is het ook makkelijker om je er aan te houden;
  • Houdt bij het maken van afspraken rekening met de leeftijd en achtergrond van de kinderen, zodat iedereen ze begrijpt.

 

Bij pupillen houd je het simpel; je kunt afspraken verdelen in wat doen we wel en wat doen we niet. Bijvoorbeeld:

  • Wat doen we wel; op tijd komen;
  • Wat doen we niet; schelden op elkaar, de tegenstander of de scheidsrechter.

 

Toelichtingen voor teamstaf